Wat zal de cliënt of zijn mantelzorger in een Virtueel Zorghuis, zoals het MGP, dienen?

Wat zal de cliënt of zijn mantelzorger in een Virtueel Zorghuis, zoals het MGP, dienen?
Met deze vraag zijn wij, Willen Jan van Hapert en Thieu Heijltjes, vanuit de werkgroep Cranendonck naar huis gestuurd.
Wat de cliënt betreft zijn er verschillende partijen: de cliënt zelf speelt, als hij zelfredzaam is, de hoofdrol. In die situatie is de eerste mantelzorger de belangrijkste tweede. Deze mantelzorger kan dan bij het MDO (multidisciplinair overleg) zijn, maar de beslissingen worden door de cliënt zelf genomen. Ook beslist de cliënt zelf of familie (op afstand) informatie krijgt en zo ja welke. Echter als de cliënt niet zelfredzaam meer is, dan verschuift de hoofdrol in de praktijk naar de eerste mantelzorger. Deze neemt alle beslissingen, ook naar de andere familieleden, vanuit de oorspronkelijke wensen en de aard van de cliënt. Het is aan te bevelen, dat er in deze situatie een onderlinge machtiging is, waarin zaken zijn vastgelegd.

Vanuit het standpunt van de cliënt denken wij dat er 2 zaken belangrijk zijn:
1. Informatie en
2. Communicatie.

1: De informatie betreft:
Alle NAW-gegevens van de cliënt, BSN, verzekering, PGB en indicatiestelling,
Het zorgleefplan: welke problemen zijn er geconstateerd, welke afspraken zijn er in het MDO gemaakt,
Wie zijn de betrokken hulpverleners en hoe zijn die te bereiken,
Actueel medicatieoverzicht.
2: De communicatie dient te verlopen tussen de zelfredzame cliënt of (bij een niet-zelfredzame cliënt) zijn eerste mantelzorger en de huisarts/P.O., de coördinator van de thuiszorg/trajectbegeleider, paramedici in de eerste-lijn, verantwoordelijken van de dagopvang, functionarissen van welzijn en A.M.W., steeds afhankelijk van het netwerk van de cliënt. Bij een zelfredzame cliënt zal de coördinator van de thuiszorg een belangrijke taak hebben in het zorgnetwerk. Is er sprake van niet-zelfredzaamheid, b.v. bij dementie, dan wordt de taak van de coördinator in het netwerk van de cliënt overgenomen door de trajectbegeleider. In deze communicatie ontvouwt zich de zorg van en over de cliënt. De cliënt of zijn mantelzorger kan overige familieleden in deze communicatie laten kijken, als de cliënt of zijn mantelzorger dat wil. Deze familieleden dienen echter niet mee te praten of te beslissen. Wel kunnen zij signalen sturen. De communicatie betreft in de praktijk:
Het afhandelen van de in het zorgleefplan gemaakte afspraken,
Signalen, als iemand ongerust ergens over is. Deze signalen gaan direct door naar de coördinator van de thuiszorg of de trajectbegeleider, die beslist wat er met het signaal moet gebeuren en deze handelt de signalen af. Deze signalen kunnen open (iedereen ziet ze) en gesloten (alleen de coördinator of de trajectbegeleider ziet ze) zijn. Degene die signaleert heeft de keus hierbij. Een signaal dient een vervolg te hebben, om te zien of het signaal is vervolgt en afgewerkt. Als er na een vastgestelde periode geen teken is dat het signaal is afgewerkt, komt er opnieuw een melding bij de coördinator of de trajectbegeleider.

Algemene vragen, welke door iedereen in het systeem gezien kunnen worden en waarop iedereen kan reageren. Deze kunnen door iedereen, behalve familie (op afstand), in het netwerk van de cliënt gezien worden, en door iedereen kan daar op gereageerd worden.
Berichten. In het netwerk van de cliënt kan iedereen aan iedereen afzonderlijk een bericht sturen. Daartoe dient de berichtenzender in dat netwerk de persoon, voor wie het bericht bedoeld is, aan te vinken. Daarnaast kan men aanvinken aan wie in het netwerk een kopie van het bericht gestuurd moet worden. Het zenden van berichten is een soort beveiligde email, in plaats van de onbeveiligde email, waarmee nu over en met cliënten wordt gecommuniceerd.
Nederweert, 1 december 2015

Willem Jan van Hapert, medisch adviseur van de SCZW
Thieu Heijltjes, secretaris SCZW